21-01-10

Gnagna

Lang, lang geleden, in de tijd dat de dieren nog spraken, en wij nog kinderloos waren, lag ik in het week-end al eens graag tot een stuk in de dag in mijn bed, soms zelfs tot het middaguur, of langer. Want ja, hoe gaat dat, je steekt je neus boven het donske, snuffelt aan de koude ochtendlucht, rolt u terug in een bolleke, of lepelsgewijs tegen u lief en dommelt weer weg. En nog eens, en nog eens…

Er zijn geen kinderen die op willen staan, die naar balletles gebracht moeten worden, of naar de bibliotheek, of de Scouts, of zwemmenvoetballenturnenpaardrijden en de muziekschool.

Al was er toch wel een kleine kink in deze idyllische kabel. De primaire behoeften van mijn bedgenoot. Ik zie u glimlachen, helaas.

Honger dreef mijn lief. Om 8.30 knorde zijn buikje, en of we niet zouden opstaan, en een beetje eten.

Nee, natuurlijke wou ik niet opstaan, het was nog nacht, slapen wou ik of vegeteren, of woest vrijen voor mijn part, maar niet opstaan.

Uit Liefde voor mij bleef mijn man liggen.

Zuchtend

Soms tot negen uur, zeer uitzonderlijk toe half tien, maar dan moest er gegeten worden.

Eenzaam trok ik het donske over mijn hoofd en bleef liggen, tot de geur van koffie onder de deur kroop.

Nu zijn wij vele jaren verder, en is uitslapen een zeer gegeerd goed. Maar elke zondag om half zeven staat er een klein jongetje naast ons bed, net niet huilend
‘Willen jullie opstaan, ik heb zoooooooo’n honger, wil er alstublieft iemand een boterhammetje voor mij maken?

Ik mompel ‘uw vader staat wel mee op’ stop mijn hoofd onder de dekens en slaap verder.

God straft altijd.

Gnagna

13:54 Gepost door Vooralsof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.