03-04-10

De bomma

Elke week bel ik trouw naar de bomma, het menske is ergens in de tachtig, woont nog alleen, zeurt en zaagt, maar hey, ze is wel mijn bomma, de mama van mijn mama.
Ik ben de oudste kleindochter, en de enige die wekelijks belt. Dat gaat dan zo

'Dag moeke, met mij'
'Ah, hierse, ge leeft toch nog? Oe ist? En met de kindjes? Niet teveel last van de wind, want amai, toen ik er gisteren door moest op bezoek in de kliniek'
En dan volgen de persoonlijke wel en vooral wees van mijn grootmoeder. Vijf zinnetjes heeft ze meestal nodig om van nieuws over mij naar zichzelve te gaan.

En dat dat madammeke al op een kamerke alleen lag, ge verstond ze bekanst niet meer, met dat darmke voor de zuurstof in haar neus, en dat ze haar hand had vastgepakt, en het menske had tegen haar gezegd, 'Gaby, gij zie mij graag', dat onhou je he, kind, als ze zoiets zeggen, en dat het wel rap gedaan zal zijn, maar ze vroeg nog om een vestje op de markt te gaan kopen, voor als ze terug naar huis gaat, maar ze gaat niet meer naar huis, 't kan elke moment afgelopen zijn.

Elke week gaat ons moeke naar een begrafenis, schonen dienst, meestal, van kennissen, vrienden, familie. Iedereen valt weg, en dat ze geld opzij heeft gezet, voor de koffie, daar moet ge ne goeie koffie van voorzien, en mij verbranden en uitstrooien, dat is het properste, dat vond ons vake ook.
Ik luister, en hum af en toe, vaak lees ik ondertussen de krant, of ruim op ofzo, maar ik vind het zo'n eng vooruitzicht, oud worden, en iedereen zien sterven.
Strooi mij ook maar uit, als den tijd daar is.

20:05 Gepost door Vooralsof | Permalink | Commentaren (0) | Tags: familie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.